Zesde zondag: Jezus weet nog wat compassie is

 

 

We leven in harde tijden.

Toegegeven, de tijden zijn vermoedelijk altijd hard geweest. Politici van allerlei pluimage maken ze graag nog harder dan ze al zijn...

Het was in Jezus' tijd niet anders. Ook toen al verzon men 1001 redenen waarom bepaalde mensen 'er niet bijhoorden.' Koud, rationeel.

De Gutmensch Jezus laat het niet aan zijn hart komen. Bewijst dat hij er een heeft. Een hart. Toont medelijden. En handelt ernaar. 

Compassie die blijft steken op het niveau van sentiment alleen heeft nog nooit iemand geholpen.

 

 

 

 

Jezus reisde rond door heel Galilea. 

Er kwam een man met een huidziekte bij hem

Hij knielde voor Jezus en vroeg hem om hulp. 

De man zei: ‘Als u wilt, kunt u mij beter maken.’

Jezus had medelijden met de man. 

Hij raakte hem aan en zei: 

‘Ik wil dat je beter wordt.’ 

Meteen werd de man beter. 

Zijn huidziekte was weg.

 

Voordat Jezus de man liet gaan, 

waarschuwde hij hem. Hij zei: 

‘Denk erom, je mag aan niemand vertellen 

wat er gebeurd is.’

Ook zei hij: 

‘Ga naar de tempel. 

Daar moet de priester vaststellen dat je beter bent. 

En je moet het offer brengen 

dat verplicht is volgens de wet van Mozes. 

Dan kunnen de mensen zien dat je echt beter bent.’

 

Maar toen die man wegging, 

vertelde hij aan iedereen steeds weer wat er gebeurd was. 

Daardoor kon Jezus niet langer overal komen. 

Hij bleef op eenzame plaatsen. 

Maar zelfs daar kwamen de mensen 

van alle kanten naar hem toe.

 

(Mc 1: 39-45 / Bijbel in Gewone Taal)

 

 

U vindt een gebedsblaadje onderaan deze pagina.

 

 

Extra informatie: