Rozenkransmaand
De maand oktober heeft geen grote feesten maar wel een dubbel eigen accent. Het is de missiemaand en het is de rozenkransmaand. De rozenkrans is opgebouwd met het Weesgegroet: Wees gegroet Maria

De rozenkrans is opgebouwd met het Weesgegroet. Dit was ooit het meest geliefde gebed van de gelovigen, vandaag echter dreigt het vergeten te geraken. Men maakte de vrome mens wel eens het verwijt dat hij de rozenkrans bidt zonder te beseffen wat hij zegt. Laten wij daarom in deze maand de inhoud van het Weesgegroet dieper tot ons doordringen. 

Het Weesgegroet bestaat uit twee delen die elk beginnen met een aanspreking. Het eerste deel is een groet en een gelukwens, het tweede deel is een smeekgebed.

Wees gegroet, Maria

Het Weesgegroet begint met een zin uit het evangelie van Lucas. Het zijn de woorden van de engel Gabriël bij zijn boodschap aan Maria. ‘Wees gegroet’ is een wat plechtige formulering voor ‘Ik groet u’. Iedereen weet uit ervaring hoe weldoend een groet kan zijn. Een groet wil zeggen: ik zie u, ik ken u, u bent mij niet onverschillig. Zo heeft God ooit tot Maria gesproken, zo spreken wij Hem na.

Vol van genade

Zo noemt de engel Maria. Dit wil zeggen: u bent door God geliefd, u bent door God uitverkoren, zijn gunst rust op u. ‘Maria’ is de naam die het meisje kreeg van haar ouders, ‘vol van genade’ is de naam die God haar geeft.

De Heer is met u

Zo sprak God tot Mozes en sommige profeten. Deze woorden worden in de Bijbel gezegd tot mensen voor wie een bijzondere taak is weggelegd. Zij moeten niet bang zijn voor die taak want God zegt hun zijn bijstand toe. Zo zegt de engel het tot Maria die wordt geroepen tot de unieke taak moeder van de Messias te worden.

Gezegend zijt gij boven alle vrouwen

Zo begint de tweede zin van het Weesgegroet. Het zijn niet meer de woorden van de engel maar de woorden van Elisabet waarmee zij Maria ontvangt in haar huis. Het is een gelukwens aan de moeder. Boven alle vrouwen is zij gezegend omdat zij de moeder wordt van de messiaanse koning.

En gezegend is de vrucht van uw lichaam, Jezus

Elisabet feliciteert niet alleen de moeder, zij zegent ook het kind dat zij nog niet kan zien. Als afsluiting van het eerste deel van het Weesgegroet klinkt dan de naam van Jezus. Zo had de engel het kind ook genoemd bij de aankondiging van zijn ontvangenis.

Heilige Maria, Moeder Gods

In het eerste deel van het Weesgegroet spreekt de Bijbel, in het tweede deel spreekt de Kerk. Zij roept Maria aan en noemt haar ‘Heilige’ Maria. Zij is de eerste van de heiligen, de vrouw zonder zonde, de alheilige, zoals de orthodoxe christenen haar graag noemen. Daarop volgt dan Maria’s grootste titel ‘Moeder Gods’. Eigenlijk zegt deze titel nog meer over Jezus dan over Maria. Hij is de eeuwige Zoon Gods aan wie Maria het menselijk bestaan zal schenken.

Bid voor ons, arme zondaars

Wat de gelovige in het Weesgegroet aan Maria vraagt, is haar gebed. Aan haar die zonder zonde is, wordt gevraagd te bidden voor wie zondaars zijn. Reeds op de bruiloft in Kana was het Maria die de nood van mensen aan haar Zoon bekendmaakte. Onze grootste nood is dat wij zondaars zijn die arm voor God staan.

Nu en in het uur van onze dood

Het gebed van Maria hebben wij nodig op twee momenten in ons leven, namelijk op het moment dat het meest dichtbij is en op het moment dat het meest veraf is. ‘Nu’ betekent zoveel als ‘elke dag’, ‘in het uur van onze dood’ wil zeggen: op het ogenblik dat wijzelf niets meer kunnen.

Iconografie

Enige tijd geleden stond op de eerste bladzijde van dit blad een foto van een glasraam in de kerk van Massemen. Het was de traditionele voorstelling van Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans. Op de ene arm houdt zij het kind Jezus en met de andere reikt zij een rozenkrans aan de heilige Dominicus. De rozenkrans is het middel dat Maria aan de gelovige schenkt om naar Jezus op te kijken en Hem door de beschouwing van zijn leven meer lief te hebben en meer na te volgen. Elk tientje van de rozenkrans wordt daarom voorafgegaan door het noemen van een belangrijke gebeurtenis uit Jezus’ leven, de zogenaamde mysteries van het geloof.

Opkijken naar Jezus is de opdracht die de Moeder Gods op verschillende plaatsen in de wereld achterliet bij de verschijningen. Denken wij in het bijzonder aan de verschijning in Fatima waar Maria zich in 1917 aan de drie herderskinderen Lucia, Jacinta en Francisco voorstelde als Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans en hen met nadruk vroeg elke dag de rozenkrans te bidden om het einde van de eerste wereldoorlog te bekomen. De oktobermaand nodigt ons uit deze moederlijke vraag van Maria op te nemen en de rozenkrans te bidden voor de vrede in Europa en de landen die opnieuw door oorlog worden geteisterd.

Jos Verstraeten